Grootste pensioenfondsen NL lijden verlies op investeringen
Door Ykje Vriesinga en Maud van Gaal
Van DOW JONES NIEUWSDIENST
AMSTERDAM (Dow Jones)--Pensioenfonds ABP en de Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), de nummer een en twee van de Nederlandse pensioenmarkt met een gezamenlijk belegd vermogen van EUR291,3 miljard, hebben in de eerste helft van 2008 duidelijk te lijden gehad onder de kredietcrisis. Met name beleggingen in aandelen en vastgoed drukten het rendement.
Beide fondsen behaalden in de eerste zes maanden van het jaar een negatief rendement op beleggingen. PFZW, pensioenbeheerder voor de zorgsector met een beheerd vermogen van EUR86,3 miljard, behaalde een rendement van -2,7%. ABP, het bedrijfstakpensioenfonds voor overheid en onderwijs, behaalde een negatief rendement van 5,5%. Dit fonds behoort met een beheerd vermogen van EUR205 miljard tot de top drie van de wereld, samen met het Japanse Government Pension and Investment Fund en het Noorse Norges.
Bij beide spelers werden vooral de aandelenportefeuilles geraakt door de marktomstandigheden. ABP zag het rendement op deze categorie met 14,8% dalen, PFZW met 13,8%. In de categorie vastgoed kwam het rendement uit op respectievelijk en -8% en -2,6%
Alternatieve beleggingen zoals grondstoffen en private equity hielden de schade beperkt. Beleggingen in grondstoffen leverden beide pensioenfondsen een rendement op van ruim 44%.
"Ook pensioenfonds ABP is niet immuun voor de gevolgen van de kredietcrisis," zegt Elco Brinkman, voorzitter van het bestuur van ABP in een reactie. "Dat de schade is meegevallen, hebben wij vooral te danken aan het feit dat wij in de afgelopen jaren fors meer zijn gaan beleggen in zogenaamde alternatieve beleggingen."
"Het is duidelijk dat pensioenfondsen in zwaar weer zitten", zegt Hans Rademaker, directeur fiduciair management van Kempen Capital Management (KCM). "Dat geldt niet alleen voor ABP en PFZW, dat zul je bij alle fondsen zien." KCM heeft circa EUR4 miljard onder fiduciair beheer.
Kijkend naar de vandaag gepresenteerde resultaten merkt Rademaker op dat spreiding maar matig heeft gewerkt in het afgelopen half jaar.
Toch denkt hij dat de pensioenfondsen uiteindelijk zullen kiezen voor meer spreiding bij het vaststellen van hun beleggingsstrategieen. "Waarschijnlijk gaan ze nog meer kijken naar alternatieve en illiquide beleggingen."
In deze laatste categorie behaalde ABP een positief rendement van 7,2% op hedge funds. PGGM meldde op de "portfolio of strategies" een negatief rendement van 5,5%.
Rademaker vraagt zich af of in deze categorie alle pijn al is verwerkt, of dat dat nog gaat komen.
Analisten verwachten dat het negatieve rendement de twee grootste Nederlandse pensioenfondsen ertoe zal aanzetten de belegginsmix te wijzingen en een groter deel toe te wijzen aan grondstoffen. Een dergelijke beslissing wordt periodiek genomen door de besturen van de fondsen, waarin vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers uit de sector waarop zij zich richten, zitting hebben.
"Ik verwacht dat de pensioenfondsen in grondstoffen zullen stappen," zegt analist Padhraic Garvey van ING Wholesale Banking. Hij wijst erop dat Nederlandse fondsen vaak een relatief grote positie hebben in aandelen, waarin ze zo'n 40% van hun vermogen investeren. Slechts 3% tot 5% wordt belegd in grondstoffen.
Dit zou volgens Garvey kunnen wijzigen, nu in de afgelopen zes tot twaalf maanden al bleek dat de fondsen meer belang gingen hechten aan grondstoffen. Hij verwacht overigens dat wijzigingen in de mix geleidelijk en langzaam zullen verlopen omdat grote veranderingen niet in hun aard passen.
Om het risico/rendementprofiel te verbeteren wijst Rademaker op het belang de asset mix te dynamiseren. Daarmee doelt hij op tactische keuzes binnen het uitgestippelde beleid in plaats van star vast te houden aan percentages in de beleggingsmix.
Een woordvoerder van ABP geeft aan dat deze ruimte bestaat binnen de strategie. "Onze orientatie is voor langere termijn," zo stelt hij. "Maar de ruimte is er wel om in te spelen op kansen." Zo is ABP ingestapt in bedrijfsobligaties. Maar ook wijst hij op belangen in Oce en Fortis. Over deze laatste zegt hij: "Natuurlijk zien we wat problemen daar, en daar hebben we ook een visie op, maar de bedrijfsactiviteiten zijn onderliggend niet veranderd. Op lange termijn is het een aantrekkelijke investering."
Vooruitblikkend stelt ABP-voorzitter Brinkman: "Onze grootste zorgen worden nu gevormd door een stagnerende economie in combinatie met een stijgende inflatie die het sentiment bepalen."
ABP zegt daarbij een licht optimistisch scenario te hanteren ten aanzien van de economie, maar voorziet dat de onzekerheid op de financiele markten nog enige tijd kan aanhouden. Het fonds ziet hierin overigens ook kansen. "Door in te spelen op overdreven (negatieve) sentimenten kunnen beleggingstitels tegen aantrekkelijke prijzen worden aangekocht."
Directeur van PFZW Peter Borgdorff stelt in een reactie tegenover Dow Jones Nieuwsdienst dat hij geen uitspraken kan doen over zijn verwachtingen voor het rendement van PFZW voor de rest van het jaar.
Door Ykje Vriesinga en Maud van Gaal; Dow Jones Nieuwsdienst; +31 (0)20 571 5200;
maud.vangaal@dowjones.com